Een zestienjarig meisje werkte in de sterk water-fabriek aan de machines. De mannen die werkten bij de ovens waar men ijzer uit de grond haalde, moesten zware arbeid verrichten. Ze moesten twaalf uur werken en dan twaalf uur rusten. Men gaf die mannen vaak jenever. Wanneer de mannen dan begonnen te roepen en te ijlen, riep men: “Kom, haast jullie met de borstelsteel, die is bezeten van de maar! We gaan de duivel er af slaan!”