Bij een boer werkte een knecht die zijn ziel aan de duivel had verkocht. Toen het veld moest worden bemest, nam de knecht zijn mestvork, stak die in een hoopje mest en zei: “Ik de mijne en elk de zijne”. Het volgende ogenblik stond bij ieder mesthoopje een duivel. In een mum van tijd was het hele veld bemest.