|
‘k â dieke bieënn
|
Ik had dikke benen = ik was ongelukkig omdat ik niet kon doen wat ik graag wou, wat ik gewoonlijk doe. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘k â et ien mèènn nék
|
Ik had het in mijn nek = ik had het verwacht. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘k â iê ien ieëne kieë gieën anne genoeg
|
ik had hier in een keer geen handen genoeg = ik schoot ineens handen te kort, ik moest plots drie dingen ineens doen, ik was overstelpt met werk. |
Over werken en... nietsdoen |
|
‘k ân’t ien ‘t snotjn
|
Ik had het in het snuitje = ik had het door, doorzien, zien aankomen. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘k ânt al gerouken oeën zèènn oeësoem
|
Ik had het al geroken aan zijn adem = ik had het al begrepen uit wat hij vertelde. |
Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen |
|
‘k bén doefes
|
Ik ben bekaf. Is “doefes” verwant met “dof”? |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k bén azuuë zeiker as twieë én twieë viêr és
|
Ik ben zo zeker als twee en twee vier is = ik ben daar heel zeker van. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘k bén da zuuë moej as kaa pap
|
Ik ben dat zo moe als koude pap = ik ben dat beu. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘k bén doeëvan weirgekommen
|
Ik ben daarvan weergekomen = ik had daar een slechte ervaring mee en daarom doe ik het niet meer. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘k bén mei mèènen tést, tésn, tâtn, aatn teigen den balk gebosjt
|
Ik ben met mijn test, testen, taten, houten tegen de balk gebotst = ik heb mijn hoofd tegen de balk gestoten. Volgens V.D.E.W. van het Mnl. “teste”, dat zelf van het Latijnse “testa, testum” stamt, wat betekent: gebakken steen, tegel, potscherf, pot van aardewerk, kruik, urn. |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k bén zuu stèèf as ‘n béd
|
Ik ben zo stijf als een berd = ik ben stram. Een berd (Mnl. “bert”), wat plank, tafel betekent, kennen we in het A.N. in de uitdrukking “iets te berde brengen”. |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k ém ‘n lienk ie m’n kôk van te slôpen
|
Ik heb een link in mijn kaak van te slapen = ik heb een striem in mijn wang na het slapen. |
Over kleren, opsmukken en voorkomen |
|
‘k ém wieërn op m’n ann van te wérke mei ne steil
|
‘k heb weren op mijn handen van te werken met een steel = ik heb eelt op mijn handen door te werken met een steel. |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k ém da mei ‘n alf uuër guuëd
|
Ik heb dat met een half oor gehoord = ik heb daar geruchten over opgevangen. |
Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen |
|
‘k ém da mei ne zotte kop gedoeën
|
Ik heb dat met een zotte kop gedaan = ik heb dat ondoordacht gedaan. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘k ém dat alveliengs guuëd
|
‘k heb dat halvelings gehoord = ik heb dat van terzijde, half gehoord. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘k ém dat alzelèève gezieng
|
Ik heb dat al zijn leven gezien = ik heb dat altijd, mijn leven lang gezien. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘k ém de woeëtergalle
|
Ik heb de watergal = ik heb een zure oprisping van maagslijm. |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k ém den bieber
|
Ik heb de bibber = ik beef, ik huiver van angst. V.D. noemt “bibber” Zuid-Nederlands. |
Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing |
|
‘k ém doeë ‘n dieke kalle gad
|
‘k heb daar een dikke kalle gehad = ik liep daar een blauwtje op, een mislukking. |
Over stelen, liegen en bedriegen |
|
‘k ém doeë ne gieëln dag moêten boeltjn
|
Ik heb daar een hele dag moeten bulten = ik heb daar een dag moeten wroeten, zwoegen, zwaar werk verrichten. |
Over werken en... nietsdoen |
|
‘k ém doeëmei dieke blaa bèùle goldj
|
Ik heb daarmee dikke blauwe builen gehaald = mijn manier, mijn gewoonte... heeft mij al vaak narigheid, last berokkend. Uitspraak van iemand die het hart op de tong draagt. |
Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen |
|
‘k ém em lieëg op
|
Ik heb hem laag op = ik heb geen hoge dunk van hem. V.D. noemt ophebben in deze betekenis Belgisch Nederlands. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘k ém em ouvertèèd nog gezieng
|
Ik heb hem overtijd nog gezien = ik heb hem onlangs, enige tijd geleden nog gezien. V.D. noemt “overtijd” in deze betekenis gewestelijk. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘k ém em nieksken ien de wég gelèèd
|
Ik heb hem niets in de weg gelegd = ik heb hem op geen enkele manier tegengewerkt. |
Over goede en slechte manieren |