Over ons
Image
Image
Image
Image
Image
Image
Image
Image

Woorden en uitdrukkingen

Woord Uitleg Categorie
‘k ém em op koerân gezétj

Ik heb hem op de hoogte gebracht, ingelicht, hem getoond hoe het moet. Van het Franse “mettre au courant” (= op de hoogte brengen).

Over werken en... nietsdoen
‘k ém em uuk iengespann

Ik heb hem ook ingespannen = ik heb hem ook aan ‘t werk gezet. Eigenlijk: inspannen zoals een trekpaard. De uitdrukking “aj és iengespann” (hij is ingespannen) betekent: hij heeft al wat hij nodig heeft om te beginnen. Bv.: “da joenk koppel és gieëlegans iengespann” (dat jong stel heeft alle huisgerief).

Over werken en... nietsdoen
‘k ém er gieë goêd uuëg ien

Ik heb er geen goed oog in = ik zie het niet lukken, volgens mij loopt het slecht af.

Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom
‘k ém er ne kwak van bienn

Ik heb er een kwak van binnen = ik heb er een slok van binnen. V.D.E.W. zegt dat “kwak” in de betekenis van “slok jenever, borrel” een klanknabootsend woord is voor ingeschonken vloeistof. Verkleinwoord: “e kwaksken” of “e kwasjken”. Dat laatste woord bezigt men ook voor een kleine hoeveelheid van om het even wat. Bv.: “doeë lèèt doeë e kwasjken bieëtn (rôpen, petatn, klôvern...) op z’n kérre” (= er ligt daar een hoopje bieten (rapen,aardappelen, klaver...) op zijn kar).

Over (te veel) eten en drinken
‘k ém er ne lèèper van bienn

Ik heb er een lepel van binnen = ik heb er mijn bekomste van, ik heb het tot mijn scha en schande ondervonden, ik had er een slechte ervaring mee.

Van schuld en boete
‘k ém er niê oeën of oemtréntj geweist

Ik heb er niet aan of omtrent geweest = ik was niet in de buurt. V.D.: Het Middelnederlands was “ommetrent” (= aan alle kanten). Trent betekende “omtrek, grenslijn”. “ ‘k Em geweist” (ik heb geweest) is een Brabantse eigenaardigheid voor “ik ben geweest”.

Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand
‘k ém et nog moeë zjuust gezèèd

Ik heb het nog maar juist gezegd = ik heb het nog maar pas, net gezegd. “Zjuust” betekent natuurlijk ook nog: juist, correct. V.D. noemt “juist” een bijwoord van tijd dat synoniem is van zoëven, net, kortgeleden...

Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand
‘k ém et oeën zèènn oeësoem wieln uuërn

Ik heb het aan zijn adem willen horen = ik heb het kunnen afleiden uit wat hij zei.

Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen
‘k ém moête krabbe vui toê te kommen

‘k heb moeten krabben voor toe te komen = ik heb de laatste restjes (geld, mortelspecie, deeg...) moeten bijeenschrapen om maar net genoeg te hebben.

Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom
‘k ém ne kop gelék ‘n boutervat

Ik heb een kop gelijk een botervat = ik heb zoveel te onthouden dat mijn hoofd zo groot lijkt als een karnton; ik word overstelpt met informatie, mijn geheugen wordt zwaar op de proef gesteld.

Over verstand en gebrek daaraan
‘k ém nen driepnuis

‘k heb een drupneus = ik heb een loopneus, een druipneus.

Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing
‘k ém nog ‘n ajken te pélle mei aa

Ik heb nog een eitje te pellen met u = ik heb iets onaangenaams met jou te bespreken, een rekening te vereffenen.

Van schuld en boete
‘k ém op m’n sjiek moêten bèètn

Ik heb op mijn chique moeten bijten = ik heb me erg moeten inspannen, ik heb op mijn tanden moeten bijten. Die chique is de tabakspruim.

Over werken en... nietsdoen
‘k ém pesiês onder ‘n tram geleigen

‘k heb precies onder de tram gelegen = ik voel me ziek, naar, ellendig, ik heb overal pijn.

Over ziekte, pijn, gebrek, verzorging en genezing
‘k ém vandôg gieë rot struuë erlèèd, verlèèd

Ik heb vandaag geen rot stro herlegd (verlegd) = ik heb vandaag geen klap uitgevoerd. Anekdote i.v.m. “erlèèd, verlèèd, mieslèèd”. De onderwijzer vraagt in de klas: “Welk feest vieren we op 2 februari?” Hij verwachtte als antwoord: Maria Lichtmis. Jantje evenwel: “Maria ligt niet goed, meester.” Letterlijk: Maria ligt mis.

Over werken en... nietsdoen
‘k ém viêze goestienk, goesn

Ik heb vieze goesting, goesten = ik heb trek in ongewone dingen, ik weet niet wat ik wil. Weynen: “goesting: zin, trek. Afleiding bij het West- Vlaamse “goeste”, wat ook zin, trek betekent. Ontleend aan het Oudfranse “goust”, in modern Frans “goût”, dat ontleend is aan het Latijnse “gustus” (smaak).”

Over goede en slechte manieren
‘k en bénne ‘k iek niê onder ‘n kloek gebroejd

Ik ben niet onder een kloek uitgebroed = ik ben niet dom en ook niet naïef.

Over verstand en gebrek daaraan
‘k goeën aa ‘n goesp geiven

Ik ga u een slag, een mep, een draai geven.

Van schuld en boete
‘k goeën aa ‘n toefelieng, ‘n toefelienk geiven

Ik ga u een toefeling geven = ik ga je een pak ransel geven. V.D.E.W. vermeldt “taffelen” en “toffelen” (slaan) en zegt dat ze vermoedelijk klanknabootsend gevormd zijn. De uitgang -elen wijst op de herhaling.

Van schuld en boete
‘k goeën der niê vui strân

Ik ga er niet voor strijden = ik ga er niet om ruziën, ik geef je gelijk.

Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen
‘k goeën mâ doeë e kotierken afkappen

Ik ga mij daar een kwartiertje afkappen = ik ga een middagdutje doen.

Over werken en... nietsdoen
‘k goeën ne kieë skriekeln

Ik ga een keer schrikkelen = ik ga eens (een dag) overslaan. “Schrikkelen” is volgens V.D. Zuid-Nederlands en betekent o.a. overslaan. Vergelijk met “schrikkeljaar”.

Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand
‘k goeën noeë m’n koesj

Ik ga naar mijn koets = ik ga naar bed, ik ga slapen. In het Mnl. “coetse” (bed). In het Frans “couche” dat een afleiding is van “coucher” (= op het bed leggen) dat zelf komt van het Latijnse “colocare” (= languit neerleggen).

Over werken en... nietsdoen
‘k liêp er doeë bos op

Ik liep er daar bots op = ik liep er pardoes, pal op.

Over gaan en lopen
‘k moên al dâ zjiemzjam niê weitn

Ik moet al die rimram niet weten; al die zinledige praat, dat gedaas … interesseert mij niet.

Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen

Please publish modules in offcanvas position.