|
‘t és doeë moeë ieëneg
|
‘t is daar maar enig = ‘t is daar maar eenzaam, afgelegen. Het Gooikse “ieëneg” betekent ook wel (zoals in het A.N.) “er bestaat geen tweede”. Bv.: “ ‘n ieëneg kiendj” (een enig kind), al zegt men ook “kiendj allieën” (kind alleen). |
Landbouw: bodem: aard, uitzicht, verdeling |
|
‘t és doeë tèùs va roekedekoeë
|
‘t is daar ‘t huis van roekedekoe = ‘t is daar een duivenhok: een huis met grote wanorde, waar iedereen binnen- en buitenloopt. Roekedekoeë is een nabootsing van het duivengeluid. Een huis van roekedekoe is dus een duivenhok. Daar vliegen de duiven ook zomaar binnen en buiten. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘t és doeë vollen bak
|
‘t is daar volle bak = er is daar veel lawaai, de zaak zit vol volk. |
Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom |
|
‘t és e miesdacht
|
‘t is een misdacht = het is een misvatting. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘t és e pateiken, e skaa pateiken, e viês pateiken
|
‘t is een pateeke, een schouw pateeke, een vies pateeke... = letterlijk: een gebakje, een taartje; figuurlijk: een verwend kereltje, een lastig persoon. In elk geval heeft pateeke hier een ongunstige bijklank. Van het Franse “le pâté” (vleespastei, zandtaartje). V.D. noemt “het pateeke” Belgisch Nederlands en spreektaal. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘t és e fèèn potrét
|
‘t is een fijn portret = dat kind heeft een lief gezichtje. |
Over kleren, opsmukken en voorkomen |
|
‘t és e viês karrepietjn
|
‘t is een vies karrepietje = ‘t is een opvliegend persoon, iemand die snel ontvlamt, een kruidje-roer-me-niet. Op het eerste zicht zou je denken aan een lastig karrenpaardje, eentje dat bijt, slaat en niet wil trekken. Maar in “Brussels Dialect” (ledenblad van de Academie van het Brussels), in nummer 27 op p. 26, staat een stukje dat ooit geschreven werd door Cypriaan Verhavert (geboren in Kester en later politieman en journalist in Brussel). Daarin vertelt hij over de “karabitjesmeulekes” op de kermis. Die “karabitjes” waren “droppels van een licht opgeblazen gesuikerde melkdeeg”. Die “meulekes” waren “ronde tafels van anderhalven meter doorsnee, met een boord van 50 centimeters hoog; op enkele centimeters van de boord en met tusschenruimte van 3 centimeters waren rondom spijkers geslagen. In het midden van die tafel puntte een as, waarop een wijzer draaide... Om “karabitjes” te winnen moest de punt ervan stilhouden op de uitgekozen plek.” De uitbater van het spel verzette zich |
Over kwade buien en karaktertrekken |
|
‘t és e weir oem a bluuët gat loeëtn te zien (dui de vansjter te steiken)
|
‘t is een weer om uw bloot gat laten te zien (door het venster te steken) |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘t és e weir oem ien a bérre te krèùpen
|
‘t is een weer om in uw bed te kruipen = ‘t is barslecht weer. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘t és éffenaf e sléch vél
|
‘t is effenaf een slecht vel = ‘t is een slechterik, deugniet, nietsnut. V.D. vermeldt “vel. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘t és ewa nèèg
|
‘t is entwat nijg = ‘t is overdreven. “Nijg” is de verkorting van nijdig, met d-uitval zoals in “ganneg” (= handig), “gronneg” (= grondig), “gemoejeg” (= goedmoedig)... |
Over goede en slechte manieren |
|
‘t és gieë stoefen, gieë stoef
|
Het is geen stoefen, geen stoef = het stelt niets voor , het is minderwaardig. Stoefen is het Gooikse woord voor pochen. Volgens Weynen ontleend aan het Oudfrans “estoffer” (opsieren). |
Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom |
|
‘t és gieë vatjn
|
Het is geen vette = het is een minderwaardig, een pover resultaat. |
Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom |
|
‘t és gieë kak, gieëne lag
|
‘t is geen kak, geen lach = ‘t is niet niks, ‘t is geen kleinigheid. “Lag” (lach) met g want in ‘t Gooiks zeggen ze “laggen” (lachen). |
Over werken en... nietsdoen |
|
‘t és gieë zot da gieën toêrn doêt, zâ Pieë én a viêl van de kérre
|
‘t is geen zot dat geen toeren doet, zei Petrus en hij viel van de kar. Een zeisel, een gezegde dat gebruikt wordt als men iemand “toêrn”, dwaasheden ziet doen. Wie die Petrus was, weet ik niet. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘t és gieënn èùl
|
Het is geen uil = hij of zij is verstandig. |
Over verstand en gebrek daaraan |
|
‘t és goê gebakken van de mérged
|
‘t is goed gebakken vanmorgen = ‘t heeft hard gevroren vanmorgen. “ ’t Is gebakken” betekent ook: ’t is voor mekaar, ’t is gebeurd. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘t és goê wérkende weir
|
‘t is goed werkende weer = 1. in duivenmelkerstaal: de wind komt van opzij zodat de duif met één vleugel haar lijn kan houden 2. in landbouwerstaal: ‘t is gunstig weer om buiten te werken, niet te warm of niet te koud. |
Over het weer, de seizoenen, de tijd, de levensloop, de afstand |
|
‘t és goêd oeën
|
‘t is goed aan = ze zijn dikke vrienden, de vriendschap, de liefde is groot. |
Over goede en slechte manieren |
|
‘t és graalék, graajelék
|
‘t is gruwelijk = ‘t is erg. Ook gehoord: “ ‘t és graalék én vrieëd” (’t is gruwelijk en wreed) = ‘t is heel erg. Het Gooiks heeft heel wat woorden met w-uitval. Bv.: aa-elék (huwelijk), traa-en (trouwen), nen blaa-en (een blauwe), flaa-er (flauwer), baa-en (bouwen), maa-en (mouwen)... |
Over spreken en zwijgen, over klagen en bluffen |
|
‘t és iê Bollebeiknoên
|
‘t is hier Bollebeeknoen = het middagmaal wordt (te) laat opgediend. Bollebeek is een deelgemeente van Merchtem. Op grote boerderijen met veel knechten en meiden werd ‘s middags in twee ploegen gegeten. Vandaar dat het middageten soms laat kwam. Synoniem: “bosnoên”. |
Over (te veel) eten en drinken |
|
‘t és iê bosnoên
|
‘t is hier bosnoen = het middageten is laat klaar en lijkt nergens op. “Bos-” betekent: zoals het niet hoort. Vergelijk met “bosôp”, “bosvérken”, “bosèùl”... (bosaap, bosvarken, bosuil...). Synoniem van “bosnoên” is “Bollebeiknoên”. |
Over (te veel) eten en drinken |
|
‘t és iê moeë dèèrlek
|
‘t is hier maar deerlijk = ‘t is hier maar armoedig. |
Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom |
|
‘t és ien de sakosj
|
‘t is in de handtas = het is voor mekaar, het is beklonken. In ‘t Frans “la sacoche” (de schouder-, de handtas). |
Over geld, zakendoen, geluk hebben, armoe en rijkdom |
|
‘t és ien z’n bieëne gesleigen
|
Het is in zijn benen geslagen = hij is overmand door schrik, ontroering, verdriet... Betekent letterlijk: hij kan er niet meer van gaan. |
Over goede en slechte manieren |